Lectio divina: langzaam bijbellezen in vier stappen
Lectio divina betekent letterlijk 'goddelijke lezing'. Het is een eeuwenoude manier van bijbellezen die in de kloosters is ontstaan. Niet veel lezen, maar langzaam en aandachtig. In een tijd waarin we alles snel scannen, is dat een verademing.
Waar komt het vandaan?
De wortels van lectio divina liggen in de vroege kerk en de kloostertraditie. De monnik Guigo II beschreef in de twaalfde eeuw de vier treden die nog steeds worden gebruikt. Tegenwoordig wordt de methode in allerlei kerkelijke tradities gebruikt, persoonlijk en in groepen.
De vier stappen
1. Lectio: lezen
Lees een kort gedeelte, bijvoorbeeld een paar verzen uit een psalm of evangelie. Lees langzaam, eventueel hardop, en herhaal het een paar keer. Let op welk woord of welke zin blijft haken.
2. Meditatio: overdenken
Blijf bij dat woord of die zin. Herhaal het in gedachten. Waarom raakt het je? Wat roept het op?
3. Oratio: bidden
Breng wat je hebt gelezen en overdacht in gebed bij God. Dat kan een dankgebed zijn, een vraag, een klacht of een verlangen.
4. Contemplatio: stil worden
Laat de woorden los en wees stil in Gods aanwezigheid. Dit is geen prestatie, maar rust.
Geschikte gedeelten om mee te beginnen
- Psalm 23
- Psalm 139:1-12
- Matteüs 11:28-30
- Johannes 15:1-11
- Filippenzen 4:4-9
Lectio divina in een groep
In een groep leest iemand het gedeelte hardop, drie keer, met stilte ertussen. Na de eerste lezing noemt ieder een woord dat opviel. Na de tweede lezing deelt wie wil wat het oproept. Na de derde lezing bidt de groep voor elkaar. Er wordt niet gediscussieerd; ieder luistert.
Een rustige plek
Lectio divina vraagt om rust. Kies een vaste plek en tijd, bijvoorbeeld 's ochtends vroeg of 's avonds. Leg je telefoon weg, steek eventueel een kaars aan en zet een kop koffie of thee binnen handbereik. Wie het in de ochtend doet, kan de avond ervoor een thermoskan klaarzetten, zodat er geen haast is.