Hoeveel koffie zet je voor de gemeente? Een rekenhulp per aantal bezoekers
Het is een vraag die elk koffieteam kent: hoeveel koffie moeten we zetten? Met een paar eenvoudige vuistregels zit je er bijna altijd goed mee.
Vuistregel 1: niet iedereen blijft
Meestal blijft zo'n zestig tot tachtig procent van de kerkgangers na de dienst. Kinderen drinken vaak limonade. Tel dus niet het totaal aantal bezoekers, maar het aantal volwassen koffiedrinkers.
Vuistregel 2: reken op één tot anderhalf kopje per persoon
De meeste mensen drinken één kopje, sommigen twee. Reken gemiddeld op 1,25 kopje per koffiedrinker. Een kopje is zo'n 125 tot 150 ml.
Vuistregel 3: een kan van 1 liter is goed voor zes tot acht kopjes
Daarmee kun je eenvoudig uitrekenen hoeveel kannen je nodig hebt.
Rekenvoorbeelden
- 50 kerkgangers: ongeveer 35 koffiedrinkers, dus zo'n 45 kopjes. Dat zijn 6 tot 7 kannen koffie en 1 kan thee.
- 100 kerkgangers: ongeveer 70 koffiedrinkers, zo'n 90 kopjes. Dat zijn 12 tot 14 kannen koffie en 2 kannen thee.
- 200 kerkgangers: ongeveer 140 koffiedrinkers, zo'n 175 kopjes. Werk dan met een groot koffiezetapparaat en vul de kannen tussendoor bij.

Hoeveel gemalen koffie?
Voor filterkoffie is 55 tot 60 gram koffie per liter water een goede richtlijn. Voor 10 liter koffie heb je dus ruim een half kilo gemalen koffie nodig. Houd altijd een pak reserve in de kast.
Houd bij wat je gebruikt
Schrijf een paar weken op hoeveel kannen er leeg gaan. Na een maand weet je precies wat jouw gemeente drinkt, en hoe het verschilt bij bijzondere diensten zoals Kerst of een doopdienst.
Genoeg kannen in huis
Wie de koffie tijdens de dienst zet, heeft genoeg kannen nodig die de koffie warm houden tot na de zegen. Lees waar je op let bij thermoskannen voor de kerk of bekijk direct de collectie thermoskannen.